Boer en piloot

De spelers worden ingedeeld in drie groepen: Piloten, Boeren en Veldwachters. Het aantal boeren moet gelijk zijn aan het aantal piloten: zij worden paarsgewijs aan elkaar gekoppeld - elke boer krijgt dus zijn eigen piloot. De grootte van de groep veldwachters kan aan de situatie worden aangepast.

Elke boer en elke piloot krijgt een ‘leven’. De piloten krijgen enige minuten de tijd om zich ergens in het speelgebied te verstoppen. Vervolgens wordt het startsignaal gegeven. Nu mogen de boeren hun piloot gaan zoeken en proberen hem in veiligheid te brengen (dus naar de thuisbasis).

Ook de veldwachters mogen nu het speelveld betreden. Het doel is duidelijk: De piloot moet ongezien door de veldwachters contact zien te leggen met ‘zijn’ boer. Daarna moeten zij samen de thuisbasis proberen te bereiken.

De piloot is gedurende het hele spel ‘kwetsbaar’ (kan door een veldwachter getikt worden). De piloot mag alleen dan lopen wanneer hij zich binnen 5 meter van zijn boer bevind. Neemt de afstand toe, dan moet de piloot stil blijven staan. De boer is alleen maar ‘kwetsbaar’ als hij in gezelschap is van z'n piloot, dus binnen 5 meter van deze. Als een boer en/of piloot getikt is moet hij een nieuw leven gaan halen bij de thuisbasis. Zijn beiden dood, dan halen beiden een nieuw leven en de piloot gaat zich weer verstoppen. Pas daarna wordt de boer weer losgelaten.

Als boer en piloot samen op weg zijn naar de thuisbasis, kunnen zij het spel tactisch spelen; de piloot kan zich verstoppen, terwijl de boer zonder risico de omgeving kan verkennen.