Ratten en raven

Verdeel de deelnemers in twee even grote groepen. De ene groep zijn de Ratten, de andere de Raven.

Beide groepen gaan ieder op een lijn tegenover elkaar staan. De lijnen liggen ongeveer een meter van elkaar. De verteller begin nu een verhaal te vertellen over ratten en raven. Als de verteller het woord Ratten uitspreekt moeten de ratten naar de raven rennen en ze proberen te tikken en ze daarmee inlijven bij de ratten. De raven kunnen dit voorkomen door tijdig bij de achterlijn te zijn.

Als de verteller het woord Raven uitspreekt, dan gaan de raven natuurlijk achter de ratten aan.

Daarna keert iedereen weer terug bij de lijnen en gaat de verteller verder.

Zodra dit een beetje goed loopt kan de verteller soms doorgaan met het vertellen. Een zin als “De ratten schrokken heel erg toen ze de raven zagen” levert een puinhoop op: de ratten gaan eerst achter de raven aan, maar de rollen draaien al snel om. Verzin een verhaaltje waarin misschien ook woorden voorkomen die lijken op ratten en raven. Hieronder een voorbeeldverhaaltje.

Bij dit spel is de kans op botsinkjes groot, vooral als de woorden ratten en raven vlak na elkaar komen.

Voorbeeldverhaal

Er was eens, heel lang geleden in een ver ver land, een donker bos. En in dat donkere bos was het stil. Heel stil. Het was een vreemde stilte. Het was alsof de wereld zijn adem inhield. De donkere bomen stonden bewegingloos te wachten op wat er komen ging. Plots klonk er geruis in de verte. De bomen hoorden het geklapwiek van vleugels! De RAVEN kwamen er aan! De donkere vogels streken neer op de takken van de bomen. In alle rust streken zij hun sterke vleugels.

Maar weer klonk er een vreemd geluid in de verte. Het geluid zwol aan tot een zwaar getrippel. RATTEN! Honderden RATTEN kropen onder de bomen.

De RAVEN keken met verbazing naar beneden: “Wat doen jullie hier?” krasten de oudste RAVEN naar de RATTEN.

“Er hangt een heel vreemde sfeer in de lucht” riepen de RATTEN naar boven. “Wij zijn verdreven uit ons dorp, omdat er geen eten meer is!” klonk het RADELOOS.

“Oh,” krasten de RAVEN, “dat is ons ook overkomen. Al het voer is verdwenen. Het is een grote RATJETOE”. De RAVEN fladderden met hun vleugels. De RATTEN sloegen met hun staarten.

“Waar willen jullie nu naar toe?” vroegen de RAVEN.

“Wij willen heel graag naar de stad”, antwoordden de RATTEN. Want op de ra-dio hoorden we dat daar veel ra-v-iolie te vinden is.

“Hmm lekker! Onze magen RAMMELEN! Maar jullie kunnen niet naar de stad” vonden de RAVEN, “want wij waren hier het eerst en wij vliegen heel snel.””

“Weten jullie wel hoe hard wij kunnen rennen?” vroegen de RATTEN aan de RAVEN.

“Weten jullie wel hoe snel wij kunnen vliegen?” vroegen de RAVEN aan de RATTEN.

Hmmm… daar moesten zowel de RAVEN als de RATTEN even over nadenken.

“Euhh, dan doen jullie toch een wedstrijdje” mompelden de bomen.

En dat vonden de RATTEN en de RAVEN een goed idee. Wie als eerste in de stad zou zijn, kreeg alle RAVIOLI.

En zo begon de wedstrijd. Eerst lagen de RAVEN voor, maar ze werden al snel ingehaald door de RATTEN. Wat konden die RATTEN hard rennen op hun korte pootjes! Ze renden hun longetjes uit hun lijf. De RAVEN sloegen nog harder met hun vleugels.

Nooit geweten dat RATTEN zo snel konden rennen!

En wie komt er als eerste aan in de stad? Tjah, het zijn de RAVEN die hun meerderen moesten erkennen in die beestjes op hun korte pootjes, de RATTEN!