Kiezelen

Een speler wordt aangewezen als de Kiezel. Hij krijgt nu de kleine kiezelsteen. Alle overige spelers staan achter een lijn. De spelers houden hun handen voor zich en open alsof ze een klein balletje willen vangen (binnenkant polsen tegen elkaar, pinken en duimen tegen elkaar, de rest opengespreid en zo een kleine kelk vormend). De speler met de kiezelsteen loopt nu langs deze rij en bij iedereen doet hij alsof hij de steen in de gevormde kelk legt. Bij één persoon doet hij dit echt. Deze persoon met de kiezelsteen heeft nu als opdracht om zo snel mogelijk bij een aangewezen doel 10 meter verderop te komen, zonder getikt te worden door een van de andere spelers. Wordt deze speler getikt, dan wordt de tikker de nieuwe Kiezel.

De spelers letten heel erg op elkaar: wie zal die steen krijgen? Ongetwijfeld zullen een paar spelers doen alsof ze de steen hebben gekregen en misschien zelfs rennen naar het doel, mogelijk achtervolgd door andere kids. Als de spelers deze taktiek hebben ontdekt, maak het spel dan onmiddelijk iets moeilijker: het aangewezen doel wordt dichterbij gelegd: op 5 meter afstand maar de renner moet nu eerst naar het doel en daarna naar de Kiezel zelf, zonder getikt te worden. Er mag overigens niet te lang gewacht worden met het rennen: zo'n 10 tellen nadat de Kiezel bij de laatste persoon in de rij heeft gestaan, moet er gelopen worden.