Cluedo

Korte beschrijving

Dit is een spel, gebaseerd op het gezelschapsspel Cluedo. Deze variant wordt gespeeld op een (rechthoekig) plein, met een minimum van 8 spelers (en een maximum van 20). Het duurt meestal ongeveer een uur.

Voorbereiding’

  1. Er is een moord gebeurd die moet opgelost worden. Dat is de grondgedachte van het spel. Vooreerst moet je namen kiezen voor 4 mogelijke “verdachte” personen, 4 mogelijke wapens en 4 mogelijke plaatsen. Met wat fantasie weef je daar een verhaal rond, gesitueerd in het kader van de groep waarmee zal gespeeld worden en kies je namen die naar dit verhaal verwijzen. Er moet een kaartje gemaakt worden voor elk van deze 12 elementen. De naam wordt op een kant van het kaartje geschreven terwijl verder alle kaarten er gelijk moeten uitzien.

  2. Dan moeten er lijstjes gemaakt worden met deze 12 namen, gegroepeerd volgens de categorieen: verdachte personen, wapens, plaatsen. Er spelen 4 groepjes en elk groepje moet zo een lijstje krijgen. Wanneer je het spel meerdere keren wil spelen, heb je een veelvoud van deze lijstjes nodig.

  3. Op het plein moeten 9 paaltjes (of iets dergelijks) in de grond geslagen worden volgens het volgende schema: (de paaltjes staan op de plaats van de O's). Het is belangrijk dat de rechthoek mooi recht is en dat de 5 paaltjes in het midden ook precies in het midden staan.

   A |                                        | B
  ---O-------------------O--------------------O---
     |                   |                    |
     |                   |                    |
     |                   |                    |
     |                   |                    |
     O-------------------O--------------------O
     |                   |                    |
     |                   |                    |
     |                   |                    |
     |                   |                    |
  ---O-------------------O--------------------O---
   D |                                        | C
  1. De twaalf kaartjes worden op 3 hoopjes gelegd: een hoopje per categorie. De spelleider neemt uit elk hoopje een kaartje weg en stopt deze 3 kaartjes in een omslag. Niemand mag weten welke kaartjes zo uit het spel zijn genomen: het is immers precies de bedoeling van het spel om dit te weten te komen (en zo de moordenaar, het wapen en de plaats te vinden). De overblijvende 9 kaartjes worden aan de negen palen vastgemaakt (bijvoorbeeld met een rekkertje - ze moeten gemakkelijk verwisselbaar zijn). De naam van het kaartje moet onzichtbaar blijven.

  2. Nu worden de spelers in 4 groepen verdeeld (dat kon natuurlijk al vroeger gebeurd zijn). Elke groep krijgt een lijstje mee en iets om te schrijven. De vier groepen nemen hun plaats in het veld (aangeduid met de letters A tot D). Zij mogen dan kijken naar het kaartje dat aan “hun” paaltje is vastgemaakt. Dit levert hun de eerste informatie op. Het is immers de bedoeling om alle kaartjes te leren kennen die aan de paaltjes hangen en op die manier, door eliminatie, te weten welke kaartjes er in de omslag zitten.

Het spel zelf

  1. Veronderstel dat groep A eerst aan de beurt is. Een speler van groep A maakt zich klaar om te lopen. Hij neemt het kaartje van zijn paaltje mee. Ook van elke andere groep maakt een speler zich klaar om te lopen, maar zij nemen hun kaartje niet mee. Wanneer de spelleider een signaal geeft, mogen deze lopers van elke groep vertrekken. De loper van groep A moet proberen een van de andere paaltjes op het plein te bereiken. De andere lopers moeten proberen de loper van groep A te tikken. Er zijn dan twee mogelijkheden.

    • Ofwel kan de loper van groep A een paaltje tikken voor hij zelf getikt wordt. In dat geval mag hij het kaartje van dit paaltje verwisselen met zijn eigen kaartje (zonder dat de anderen kunnen zien wat er op die kaartjes staat). Iedere loper gaat dan weer terug naar zijn plaats. In dit geval heeft groep A (normalerwijze) informatie bijgekregen.

    • Ofwel wordt de loper van groep A getikt voor hij een paal kan bereiken. In dat geval moet hij zijn kaartje laten zien aan de speler die hem getikt heeft (weer zonder dat de andere spelers dat zien). Dan gaat ook nu iedere speler terug naar zijn plaats. Loper A neemt zijn kaartje terug mee. In dit geval heeft groep A geen informatie bijgekregen, maar wel de groep waarvan de loper deze van groep A heeft kunnen tikken.

  2. Dit spelelement moet herhaald worden. Na groep A is groep B aan de beurt, dan groep C, groep D, opnieuw groep A, enz.

Einde van het spel

Het spel is ten einde wanneer een groep weet welke kaartjes in de omslag zitten. Wanneer een groep dit weet, duiden ze dat aan op hun lijstje en tonen hun oplossing aan de spelleider die dit verifieert. Normaal gezien zal deze opslossing juist zijn en wint deze groep. Als de oplossing niet juist is, bijvoorbeeld als de groep een fout zou gemaakt hebben, of zou gegokt hebben, dan wordt er verder gespeeld. Deze groep kan dan niet meer winnen. Het is echter aangeraden om het gokken niet toe te laten zodat deze situatie zich normaal niet kan voordoen.

Speloverwegingen

In het begin van het spel zal bij elke beurt steeds 1 groep informatie bijwinnen. Na een tijdje hoeft dat niet meer te gebeuren. Het kan immers zijn dat men kaartjes te zien krijgt die men al kent. Het is daarom min of meer van belang dat elke groep bijhoudt waar de kaartjes naar toe gaan die zij al gezien hebben. Tijdens het spel gaan de kaartjes in principe van de ene paal naar de andere verhuizen. Naar het einde toe van het spel kan het dan nodig zijn om naar een paaltje te lopen dat niet een van de drie is die het dichste bij liggen. Dat is mogelijk, mits men snel kan lopen en zo nodig met wat schijnbewegingen de andere lopers kan omzeilen.

Het spel verloopt wat vlugger wanneer een loper die getikt wordt zijn kaartje moet laten zien aan alle andere lopers, en dus niet alleen aan degene die hem getikt heeft.

Het spel kan ook in het donker worden gespeeld, met 9 fakkels in plaats van de paaltjes. Dat is een beetje spektakulair, maar niet ongevaarlijk natuurlijk.

Dit spel is door Alfons van Daele uit Sint-Niklaas, België in 1965 gemaakt en is nadien zeer veel gespeeld. Alfons heeft de originele spelbeschrijving in 2000 met Het Spelenboek gedeeld onder voorwaarde van naamsvermelding.