Levend Bingo

Verdeel de deelnemers in groepjes van 4 of 5 personen. Iedere groep krijgt een (hele grote) bingo kaart met daarop 20 getallen tussen de 0 en de 60. De spelleider gaat nu getallen noemen, met daarbij een voorwerp. Bijvoorbeeld ‘12, lepel’. Een van de spelers moet nu als een gek een lepel gaan halen en die op nummer 12 van hun kaart leggen. De spelleider wacht dat niet af maar gaat gewoon door met het opnoemen van nummers, zodat uiteindelijk bijna iedereen van de groep onderweg is om spullen op te halen. De groep die als eerste alle nummers op de kaart vol heeft heeft gewonnen. Een valse bingo betekend natuurlijk een liedje zingen.

Suggesties om te gebruiken als voorwerpen (ja, ze zijn echt allemaal wel eens gebruikt bij dit spel):

Voorwerp Voorwerp
3 grassprietjes theelepel
mes suikerklontje
onderbroek boek
theezakje schoen
handdoek zwempak/broek
boomblaadje pen
zaklantaarn trui
zonnebril hoofddeksel
een haar van … oorbel
tandenborstel washandje
slipper (de linker) een rechter sok
slaapzak horloge
veter hoopje zand
sigarettenpeuk leeg snoepzakje
stripboek ring
droog gras korte broek
zeep kam
borstel tandpasta
bal takje
4 klodders spuug van verschillende mensen T-shirt
gel naamkaartje
steentje dode of levende wesp
knijper 3 vorken
kussen gulden
asbak aansteker
stripboek koffiekop
dienblad emmer
dweil stoffer
blik zak snoep
boomstam ketting (hals)
stift verkoold hout
stoel (houten) schort
theedoek haarelastiekje
geitenkeutel veiligheidsspeld
dekbedovertrek kussensloop
plastic bekertje hagelslagje
klont boter deurmat
leeg blik appelmoes kano
grote fiets kleine fiets
bakkerskist (van het brood) trapskelter
naam eerste geliefde van… donald duck

Maak gebruik van een bingo-molen. Die zijn vaak voor een habbekrats te koop bij kringloopwinkels.