Hoedjes

Een effectenmakelaar nam bij drie kandidaten voor de positie van kantoorbediende een sollicitatiegesprek af. Daar alle kandidaten geschikt bleken, besloot hij een test in logica af te leggen. Alle drie waren buitengewoon eerlijk. Dus toen hen gevraagd werd de ogen te sluiten, terwijl de makelaar een hoed op hun hoofden zette, speelden ze niet vals en wisten ze derhalve ook niet wat voor een hoed op hun hoofd stond. Toen ze de ogen weer geopend hadden, legde hij hen uit, dat ze ofwel een hoge hoed, ofwel een bolhoed droegen en ieder die een bolhoed zag moest zijn hand in de lucht steken. Alle drie tegelijk staken ze een hand op. De winnende kandidaat zou hij zijn, ging de effectenhandelaar verder, die met juistheid kon zeggen of hij zelf een bolhoed of een hoge hoed droeg, mits hij dit ook kon beargumenteren. Hoe zit het als

  • Geen van drie een antwoord geeft
  • Als twee personen het met zekerheid weten
Oplossing