Chinees tellen

De presentator vertelt dat hij het Chinese tellen beheerst. Hij legt met 10 lucifers allerlei figuren op tafel en noemt daar telkens bij hoeveel het is. De waarde is altijd tussen 1 en 10. Dat bv. het cijfer 2 de ene keer zus en de andere keer zo ligt, verklaart de presentator door te stellen dat ‘‘‘elk cijfer op een logische wijze wordt geconstrueerd’''. Bovendien suggereert de presentator tussen neus en lippen door dat het Chinees ook best veel dialecten kent. Taak aan de toeschouwers is om uit te vinden hoe die logica in elkaar zit.

Zodra een toeschouwer aangeeft dat hij het door denkt te hebben (veelal gepaard met een enorme Aha-Erlebnis), dan mag deze nooit de oplossing noemen maar noemt gewoon de cijfers die hij gelegd ziet worden. Dit spoort de andere spelers nog meer aan om verder te zoeken.

Oplossing