Sprookjesbos

+/- 14 x 14 vakken uitzetten op de grond. Een aantal lijnen worden voorzien van extra markering (crepe papier, uitzetlint, oid): de spelers kunnen daar niet doorheen want het is ondoordrinbaar woud. Er ontstaat zo een soort van doolhof waarbij je op verschillende manieren van de ene naar de andere kant kunt. In verschillende vakken worden stokken met daaraan kaarten met sprookjesfiguren geplaatst.

De deelnemers worden in twee groepen verdeeld, de roodkapjes en de wolven. De ene groep neemt plaats aan ene kant van veld, de andere groep aan andere kant. Alle spelers gaan in een apart vak staan, er mogen nooit twee spelers in een vak. De roodkapjes hebben als doel om eerder bij de sprookjesfiguren te zijn dan de wolven en ze zo te redden. De wolven streven er vanzelfsprekend ook naar om eerder te zijn, om ze op te eten. De kaarten nemen de spelers dan mee.

De spelleider neemt een spel kaarten om te bepalen welke groep een horizontale of vertikale stap mag zetten (rood = roodkapjes, zwart = wolf). Alle spelers van dat team mogen dan die stap zetten, maar wel allemaal horizontaal of allemaal vertikaal. Dat betekent overleg. Spelers mogen niet door het ondoordringbare woud gaan. Ook kan een speler niet in een vak gaan staan waar al een tegenspeler staat. Als iemand een stap niet kan zetten, dan blijft deze speler staan.

Zodra de tijd voorbij is, of wanneer alle sprookjesfiguren gered dan wel tragisch aan hun einde zijn gekomen, bekijken we welke groep de meeste kaarten heeft gescoord.

Je kunt sommige sprookjesfiguren belangrijker maken dan andere. Je kunt ook kiezen dat een speler wel in het vak kan gaan staan waar al een tegenspeler staat. Die tegenspeler moet dan terug naar zijn beginpunt.