Inspring toneel

Er is een verhaal voorbereid zoals het voorbeeld hieronder. Terwijl een van de spelers een alinea voorleest, beelden de anderen wat hij voorleest zo goed mogelijk uit. Na iedere alinea wordt van voorlezer gewisseld. Bij een aarzelend publiek kun je kaartjes uitdelen met ‘zon’, ‘arend’ en de andere onderwerpen die uitgebeeld moeten worden. Maar pas op, dit kan ook ten koste gaan van de spontaniteit!

Voorbeeld verhaal

Het is een mooie, donkere morgen in de Rottige Meenthe. De zon komt op als een rode bol. Een eerste havik vliegt voorbij. Een konijntje duikt snel weg. De havik slaat, maar slaat mis.

Kikkers springen over het veld, ze vangen vliegjes met hun lange tong. Oei! Statig stappend komt daar de ooievaar. Z'n ogen priemend naar de grond. Plotseling pikkend naar een dikke kikker. Helaas voor de kikker. Ze spartelt wild om tussen de snavel uit te komen.

De vrijwilligers hooien zich in het zweet in het veld. Pauze!! Lekker lui achterover in het hooi genieten van een bakje thee of koffie.

Het is avond. De vrijwilligers zijn vertrokken, de schemering valt. De eerste vleermuizen fladderen voorbij. Een nachtvlinder strijkt neer op een blad. Het einde van een mooie dag.

Een toepassing

Grote groep kinderen komt in aparte plukjes binnen. Ze moeten bezig worden gehouden totdat alle kinderen er zijn, hetgeen een zo'n 20 minuten kan duren. Twee verhaalvertellers beginnen hun verhaal zodra eerste groepje kinderen binnenkomt: de kinderen krijgen per 2 of 3 kinderen een rol en hen wordt direkt gevraagd hoe ze het gaan uitbeelden. Dus “jullie zijn de schapen. Hoe doen de schapen?". De meeste kinderen maken alleen herrie, sommige kinderen beelden het daarnaast ook uit. De eerste verhaalverteller begint te vertellen waarbij de rollen regelmatig aan bod komen. Zodra er meer kinderen binnen komen, krijgen ook zij direkt een rol toebedeeld met de vraag “hoe doet…". Het verhaal gaat daarop direkt verder, geef geen kans voor verslapping van aandacht - da's ook de reden van twee verhaalvertellers: deze kunnen elkaar ondersteunen in het verhaal en het verzinnen van rollen. Zodra de laatste kinderen binnenkomen ook hen een rol geven, het verhaal nog even verder doorzetten en daarna afsluiten en met de volgende activiteit starten.

Zorg tevoren wel voor een verhaallijn die ergens toe leidt en enkele kwinkslagen.

Een variatie op dit spel is Storm op zee