Witte zwanen zwarte zwanen

Twee spelers staan tegen over elkaar en maken een poortje. De rest loopt als sliert in een kringetje met de handen op de schouders van de voorganger - net als met de polonaise. Er wordt gelopen op de muziek van het liedje. De sliert gaat onder het poortje door.

In de versie met als laatste zin “En de laatste zullen we vangen”: bij het woord “vangen” doen de spelers met het poortje de armen naar beneden. Daarna armen kruisen en diegene die er tussen staat onderste boven draaien en doordraaien.

‘‘‘Witte zwanen, zwarte zwanen, Wie gaat er mee naar Engeland varen. Engeland is gesloten, De sleutel is gebroken Is er dan geen smid in ‘t land Die de sleutel maken kan Laat doorgaan, Laat doorgaan En de laatste zullen we vangen’’’

In plaats van “is er dan geen smid in ‘t land” wordt ook wel gezonden:

  • En er is geen ene timmerman
  • Is er niet een timmerman
  • Er is geen ene smid in ‘t land

De laatste zin wordt ook wel eens gezongen als “Wie achter is komt vooraan”. In deze versie moet de gevangen speler moet achter aan de sliert aansluiten.

De twee spelers die het poortje vormen hebben in het geheim afgesproken wie van hen de (gouden) appel en wie de zilveren peer is. De gevangen speler moet nu kiezen: appel of peer? Dit fluistert de speler tegen de poort-spelers (de anderen mogen het niet horen/zien). Daarna moet deze speler achter de juiste poort-speler (appel of peer) gaan staan. Het spel herhaalt zich tot alle kinderen een kant hebben gekozen. De groepen zijn vast ongelijk van grootte.