Ik zit op kamp naast

Diegene die links van de lege plaats zit staat op en gaat op de lege plaats zitten. Terwijl hij dit doet zegt hij “Ik zit”. De tweede staat op en gaat op de nieuwe vrijgekomen plaats zitten, ondertussen zeggende “Op kamp”. De derde persoon schuift ook een plaats op onder de tekst “naast” + een naam uit de groep. De genoemde persoon staat op en loopt naar de laatst vrijgekomen stoel en neemt daar plaats. De laatste vrijgekomen plaats, de oude plaats van de genoemde, gaat nu bezet worden door of de persoon links van de lege stoel of door de persoon rechts van de lege stoel. Wie het eerste zit op deze plaats heeft gewonnen en zegt “Ik zit” en het hele verhaal begint weer overnieuw.