Woordketting

Kring of halve kring. De eerste speler begint met een woord. De volgende noemt het eerste woord waar hij aan moet denken bij het horen van het eerdere woord. De volgende asocieert verder op dat woord. Dus bijvoorbeeld: horloge - tijd - geschiedenis. Zo ga je de hele kring rond.

Als dit goed gaat, een stapje verder. Iedereen moet nu zijn woord onthouden. Zodra de kring rond is gegaan, wordt de kring verdeeld in groepjes van liefst vier personen. Elk groepje krijgt enkele minuten de tijd om hun vier woorden uit te beelden in een klein toneelstukje.