Storm op zee

De spelers zitten op een stoel in een kring, één speler staat in het midden. Iedereen krijgt een functie. Zo is er een kapitein, een papegaai, een machinist, enkele matrozen, een dekzwabber, …. enz. De speler in het midden wordt de verstekeling.

De leiding vertelt een verhaal. Hierin komen de verschillende personages in voor. Voorbeeld: “Op een mooie dag besluit de kapitein (op dit moment staat de kapitein op, draait een rondje om zijn eigen as en gaat weer zitten) de tocht te maken met zijn boot. Met de papegaai (draait) op zijn arm stapt de kapiteit (draait) aan boord. Hier staan de matroos, kok en machinist al op het te wachten (deze draaien). De stuurman (draait) vraagt: Kapitein (draait) weet u wel zeker dat u wil varen. Er is storm op komt…” Op het moment dat “storm op komst” wordt gezegd moeten alle spelers een plaats opschuiven. De verstekeling moet proberen een stoel te bemachtigen. De speler die nu overblijft wordt nu de verstekeling. Een variant is dat de spelers naar de overkant van de kring moeten lopen. Nu is er meer kans voor de verstekeling maar ook meer kans op botsingen.

Een variatie op dit spel is Inspring toneel