Poortbal

Maak een kring: handen vast en zo groot mogelijk. Dan handen los en de benen wijd, tegen de voeten van de buurman/vrouw. Een bal wordt in het spel gebracht: met de handen proberen de spelers de bal tussen de benen bij iemand anders door te rollen. De voeten moeten blijven staan! Spelers mogen de bal met de handen tegen proberen te houden, en dan natuurlijk proberen bij iemand anders de bal tussen de benen door te spelen. Een speler die een bal doorlaat, moet een hand op de rug doen. Gebeurt het weer, dan moet de tweede hand op de rug. Gebeurt het dan weer, dan moet de speler uit de kring, de kring wordt daarop kleiner.

Tip: zet een paar begeleiders rondom de kring zodat eventueel doorgeschoten ballen snel weer in het spel kunnen worden gebracht.